Nieuwsbrief week 20

De Goede Herder

Het was gisteren de 4e zondag van Pasen, ook wel genoemd de zondag van de Goede Herder, want op deze zondag wordt altijd een gedeelte uit het 10e hoofdstuk van het Johannes-evangelie voorgelezen. En in dat hoofdstuk noemt Jezus zichzelf onder anderen de ‘Goede Herder’. Een herder heeft niets te maken met de romantische plaatjes die wij vaak van een herder hebben. Het vak van schaapherder had niets romantisch, integendeel: het vak van schaapherder is een hard, vermoeiend en soms zelfs een gevaarlijk beroep. Vaak werd dat vak alleen beoefend door met de nek aangekeken gespuis: volk dat buiten de bebouwde kom bij nacht te velde lag en door de stedelingen werd gemeden.
Zo was het in de tijd van Jezus, maar vóór die tijd was herder-zijn een eervol beroep: alle aartsvaders(Abraham, Izaäk, Jakob) komen achter de schapen vandaan. En ten slotte is David, de herder-koning, de herder bij uitstek. Sinds David wordt het woord ‘herder’ de figuratieve term voor de leiders van Gods volk. Het beroep is zo langzamerhand tot ambt en zelfs tot sacrament geworden. Maar die leiders maken er in de loop van de geschiedenis niet veel van: het zijn slechte herders, die de aan hun zorg toevertrouwde schapen in de steek laten, omdat ze alleen maar denken aan hun éigen belang. Het feitelijke herderschap was gedevalueerd. De enig echte en waarachtige herder is God zelf en Diens Messias.
Tegen deze achtergrond was het in de mond nemen van de uitspraak ‘Ik ben de goede Herder’ op zichzelf al een provocatie. De Johannes-gemeente kent desondanks geen enkele aarzeling om dit predicaat met klem en herhaaldelijk aan Jezus toe te kennen. Hij is de échte herder. “Kalos”, staat er in het Grieks. Dat wil niet zeggen ‘goedaardig’ of ‘zacht’, maar tof, gaaf, ideaal, echt, goede doende. In de optiek van de Johannes-gemeente is Jezus dus de brandschone, de volmaakte, de onvervalste herder. Tegenover de lelijke, gemene, de onbetrouwbare herders, die alleen maar nemen, staat Jezus als de goede Herder die alleen maar ‘geeft’. Hij oefent zijn vak op uitmuntende wijze uit. Hij is de klinkklare herder.
De grond, waarop die gemeente aan Jezus deze messiaanse eretitel durft te geven, is dat hij zijn leven ‘aflegt’ voor zijn kudde. Dat leven ‘afleggen’ is meer dan alleen zijn leven ‘geven’: het houdt een bewuste keuze in, een weloverwogen aanvaarding van het risico van de eigen dood. Het is: zichzelf beschikbaar en in de waagschaal stellen. Weten wat je te wachten kan staan en dat nemen, for better and for worse. Hij is dusdanig verbonden met zijn kudde, dat hij het leven van die kudde hoger acht dan zijn eigen leven en dus bewust dit eigen leven op het spel zet ten bate van zij kudde. Zelfs het éne verloren schaap gaat hij daarom achterna tot hij het vindt (Luc15,3-7).
Jezus is dus de enige en echte herder pur sang. Eindelijk zijn de valse herders onttroond en heeft de kudde een onvervalste en onkreukbare herder en behoeder van de weerloze waarde der menselijkheid gevonden. Zoals een waarachtige herder behoort te doen, heeft hij oog en tijd voor elk schaap afzonderlijk: elk schaap heeft zijn eigen naam, de herder kent en bewaart al die namen. Daarom luisteren de schapen ook naar zij stem, want elk schaap kent die stem uit duizenden, zoals de herder ieder van zijn schapen kent. Na zijn leven te hebben gegeven en het weer te hebben opgenomen, gaat die herder de kudde wis en waarachtig voor, naar Galilea en tot aan de voleinding der wereld. God hoedt wederom Zijn volk, in hem.

Ook wordt elk jaar op deze zondag ‘Roepingenzondag’ gehouden: een dag van gebed voor roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven. Waarom juist op deze zondag bidden voor roepingen? Omdat het beeld van de herder door de volgelingen van Jezus werd opgenomen als beeld van de leiders, de presbyters van de gemeente. U weet dat het woord ‘pastor’ of ‘pastoor’ herder betekent. Wie Jezus wil navolgen, laat zich inspireren door de zorg die hij had voor de mensen om hem heen, als een herder voor zijn schapen. Leiderschap binnen de christelijke gemeente is geïnspireerd op dat beeld van de herder.

Wat heeft het verhaal van de goede herder en roepingenzondag met míj te maken? Hoe heeft het beeld van de goede herder mij in de loop der jaren geïnspireerd om het als mijn roeping te ervaren om ‘presbyter’ te willen zijn in onze kerk? Ik wil dat beschrijven aan de hand van vijf concrete beeldjes van de goede herder die thuis bij mij op het dressoir staan.
Het eerste beeldje is een in verschillende tinten bruin geschilderd gipsen beeldje van de goede herder met een schaap op zijn schouders, dat van mijn ouders is geweest. Mijn grootvader, naar wie ik vernoemd ben, heeft dat beeldje, nu zo’n 70 jaar geleden, als geschenk voor mijn ouders meegenomen om bij hun kleine kerststal neer te zetten. Hij voegde daar ook wat losse schapen aan toe. Het waren de enige losstaande figuren naast de kerststal met Jozef, Maria, de kribbe met het Jezuskind en de os en de ezel als één gips figuur. Omdat het een los figuur was heeft het denkelijk altijd een bijzondere indruk op mij gemaakt. Toen mijn vader overleden was kreeg ik het, als een bijzondere herinnering aan mijn ouders en mijn opa.
Het tweede, wat grotere beeld, is een houten beeld van de goede herder, ook weer met een schaap op zijn schouders. Het is met de hand gesneden uit olijfhout en gemaakt in Bethlehem. Het stond op de kamer van mijn collega Piet de Reus, die het uit het Heilig land als souvenir had meegenomen. Piet was mijn collega in Bussum, en ik heb hem, na anderhalf jaar met hem samen gewoond te hebben, in april 1985 ( nu 35 jaar geleden) op 54-jarige leeftijd begraven. U zult begrijpen dat dit beeld, dat ik na zijn overlijden kreeg, een bijzondere betekenis voor mij heeft.
Het derde beeld is een klein marmeren beeldje dat ik in 2001 als souvenir uit Rome heb meegenomen. Het is een replica van een beeld van ongeveer één meter hoog, dat in het museum Pio Christiano (onderdeel van het Vaticaans museum) staat en dateert van rond het jaar 300. Volgens de traditie is dit een van de oudste afbeeldingen van Jezus en wel als de goede herder met een schaap op zijn schouders. Maar dat is niet zeker. Ook in de antieke kunst kwam dit motief voor als afbeelding van de Hermes Krioforos, de goddelijke begeleider van de ziel naar het hiernamaals. Ik heb dit beeld ook nog gezien op een tentoonstelling over Rome en de droom van keizer Constantijn in de Nieuwe Kerk in Amsterdam in 2015. Dit beeldje koester ik als een tastbare herinnering aan het mij dierbare Rome, en een van de oudste afbeeldingen van Christus.
Het vierde beeld is een modern beeldje, dat ik ooit kocht op een kunstmarkt in het Loo. Het is een losstaande herder, die met gebogen armen een mantel om zich heen houdt. Zo ontstaat er een ruimte waarbinnen je kunt schuilen. De herder is zo letterlijk een ‘mantel om mij heen geslagen’. Er zijn twee los schaapjes bij: een wit en een zwart schaap. Hoe we ook zijn: de herder gaat behoedzaam met ons om, zijn goddelijke zachtmoedigheid is groot, hij wil als een gastvrije herberg voor ons zijn. Dat beeld van de omarmende en koesterende aanwezigheid van God bij wie ik altijd maar weer mag schuilen, speekt mij steeds weer aan.
Het vijfde beeld is van metaal. Ik heb het van mijn collega Johan Olling gekregen toen hij een aantal jaren terug op de fiets naar Burkina Faso is geweest. Het beeld een herder uit van het volk van de Peul, herders en nomaden in centraal Afrika. Hij heeft een staf in zijn rechterhand en met de linkerhand draagt hij een schaap. Hij ziet er uit als een typische afrikaan met een baardje, en daarmee staat hij symbool voor de universele liefde en barmhartigheid van God.
Zo heb ik u aan de hand van de beschrijving van vijf beeldjes in mijn huiskamer iets laten zien van de inspiratie die in de loop van mijn leven van deze beeldjes is uitgegaan. Moge de zorg van God voor al zijn mensen, een wit of een zwart schaap, mij steeds weer opnieuw inspireren tot echte herderlijke zorg voor mensen, die aan mijn zorg zijn toevertrouwd, en vooral ook moge die zorg ons vergezellen op ons aller levensweg, juist in deze dagen.

Pastor Herman Helsloot

 

Klokken van hoop en troost

Vanaf half maart hebben talloze torens, klokkenstoelen en kerken in het hele land hun klokken iedere woensdag van 19-19.15 uur geluid. Ook de kerken in onze parochie deden hier aan mee. Gezien de vele positieve reacties werd dit gewaardeerd door zowel de klokkenluiders als de luisteraars.
Met de opening van de basisscholen in mei, gaan we een nieuwe fase in met de maatregelen rondom het corona virus. Een hoopvol teken. De organisatie ‘klokken van hoop en troost’ heeft daarom besloten dat het goed is om ‘klokken van hoop’ voor nu te beëindigen. Op dinsdag 29 april, was de laatste ‘woensdagavond-luiding’.
De slotluiding zal plaatsvinden op Bevrijdingsdag (dinsdag 5 mei). We zullen dan nog eenmaal de ‘klokken van hoop en troost’ te luiden. De Bevrijdingsdagluiding zal plaatsvinden om 12.00-12.15 uur. Voor de laatste keer luiden we dan samen als teken van hoop en troost voor ons land.
Daarmee markeren we tevens de dag waarop het 75 jaar geleden is dat Nederland bevrijd is en laten we horen dat we hopen en erop vertrouwen dat we samen Corona kunnen overwinnen!

 

4 en 5 mei

Oorlogsgraven
Bij de Uitkijkpost van 29 april 2020 is een bewaarkrant verspreid met artikelen over de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding nu 75 jaar geleden. In deze krant werd onder anderen aandacht besteed aan de oorlogsgraven op de Willibrordushof, de begraafplaats naast onze kerk. Dit betreft de graven van:

Dirk Bakker, * 21-08-1899, Lid Verzet,
overleden in Alkmaar op 03-09-1944

Matthijs Johannes Cornelis Zonderhuis, * 05-04-1908, Lid Verzet,
overleden in Heiloo op 02-09-1944

Wilhelmus Theodorus Admiraal, * 01-01-1922, Schilder,
overleden in Quierschied (Saarbrücken) op 09-10-1944

Op maandag 4 mei zullen pastor Herman Helsloot en begraafplaatsbeheerder Ina Hoogeboom namens de parochiegemeenschap op deze graven een eerbetoon plaatsen in de vorm van een herdenkingslicht en bloemen. De graven zullen vanaf 4 mei een week lang extra gemarkeerd worden, zodat bezoekers ze makkelijk kunnen vinden. U bent van harte uitgenodigd voor een bezoek aan deze graven.

Bevrijdingsbeeld
Het Stiltecentrum in de Willibrorduskerk herbergt ook een bijzondere herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding. Het is een herinnering aan onze bevrijders, de Canadezen, die zich inzetten en hun eigen leven en gezondheid op het spel zetten. Na de bevrijding schonken deze Canadese soldaten vijf Amerikaanse eiken aan de bevolking van Heiloo. Eén van deze bomen, geplant aan de Nicolaas Beetsweg werd in 2009 preventief gekapt omdat hij was aangetast door een zwam. De heer Herman Gelderblom ontfermde zich over een deel van de boom en hakte er het bevrijdingsbeeld uit. Het verbeeldt twee handen waaruit een duif op het punt staat weg te vliegen. Op de voet, gevormd door een grote schijf van de boomstam, staat een inscriptie: ‘5 mei 2010, Nederland 65 jaar vrij; De bevrijdingsboom vliegt uit om in elke taal de vrede te verspreiden’ Ook zijn een Canadees wapenschild en dat van Nederland en van Heiloo uitgesneden. Dit beeld staat sinds 2010 in het Stiltecentrum van onze Willibrorduskerk, iedere werkdag te bezoeken van 9-12 uur.
Marieke Hoetjes

 

Gebedsintenties die voorgelezen worden bij besloten vieringen

  • Zondag 10 mei:
    Pieter Jonker en Aafje Jonker-Wever
    Jac Verberne
    In liefdevolle gedachten: Peter Greijer
    Johannes Hendrikus Hageman
    Uit dankbaarheid voor overleden ouders Joop van Westerop en Tiny van Westerop-Wever

 

© 2018 Bron van Leven Water. Alle rechten voorbehouden. | Privacybeleid

ontwerp: designw.nl - technische realisatie: webheld.nl