Historie parochie O.L.V. Onbevlekt Ontvangen Egmond aan Zee.
(Veel van onderstaand overzicht is overgenomen aan de geschiedenisweergave, die Gerard Belleman publiceerde in de parochiebladen rond het 100 jarig bestaan van de parochie.)
Eerste pastoor J. Pichot in 1904. Op 8 december van dit jaar was de feestelijke inwijding van de “schuurkerk”, schuin aan de overkant van de huidige kerk die toen nog in aanbouw was. Dit was het jubeljaar van de dogmaverklaring van de onbevlekt ontvangenis van Maria, waardoor tegelijk de titel van de toekomstige parochiekerk was aangegeven. Deze kerk werd in 1905 in gebruik genomen. Pastoor J. Pichot werd in 1906 opgevolgd door pastoor A. Suidgeest, die zoals hij zei in een opgemaakt bedje kwam. Doordat er nu een kerk in Egmond aan Zee was, gingen de mensen uit Egmond aan Zee niet meer naar Rinnegom, waar toen de enige kerk voor de drie Egmonden stond. Ook veel mensen uit Egmond aan den Hoef verkozen de kerk in Egmond aan Zee. Dit betekende een flinke aderlating voor de Rinnegommer kerk en dit werd natuurlijk niet in dank afgenomen.
In 1919 nam pastoor J. Saulenn de zielzorg in Egmond aan Zee op zich. Het was toen waarschijnlijk al voorbestemd om in Egmond aan den Hoef ook een kerk te bouwen. Maar pastoor Saulenn stichtte toen al vele verenigingen. Zoals o.a. “Het Aartsbroederschap van de H. Familie” waar al spoedig 100 jongens en mannen lid van werden. Een afdeling voor meisjes en vrouwen noteerde 75 leden.
Opvallend was dat er op 8 februari 1923 pastoor Hupperts als eerste Montfortaanse pastoor in Egmond aan Zee werd benoemd. Toen een maand later op 1 maart 1923 de nieuwe kerk in Egmond aan den Hoef in gebruik werd genomen, betekende dit een grote afname van het kerkbezoek in Egmond aan Zee. Het aantal parochianen loopt terug van 989 naar 279. Daarbij kwam ook nog een praktische moeilijkheid op financieel gebied naar voren. Jaarlijks moest er, ondanks de afname van kerkbezoek, dus inkomen, gedurende 20 jaar een bedrag worden overgemaakt naar de Rinnegommer kerk om die financieel te ondersteunen. Ook was het was moeilijk te verteren dat de in bezit zijnde financiën in opdracht van het bisdom moesten worden gedeeld met de parochie van Egmond aan den Hoef en wel zo dat Egmond aan den Hoef veel meer kreeg, omdat het de grootste parochie werd. Met pijn en moeite bedongen de kerkmeesters een verdeling op 50/50 basis. Het bisdom ging tenslotte akkoord, omdat de vooruitzichten voor Egmond aan Zee slechter waren. In 1933 was er ook nog een akte getekend tussen bisdom en de Montfortanen om gedurende 10 jaar 1000 gulden over te maken aan de Hoever kerk. Hierdoor verviel de overeenkomst van 20 jaar met de Rinnegommer kerk.
Natuurlijk liepen de opbrengsten na de splitsing enorm terug. Al kon men toen wel wat terugverdienen aan Egmond aan den Hoef. Daar Egmond aan Zee een eigen kerkhof had, waarop ook de overledenen uit Egmond aan den Hoef werden begraven, omdat men daar geen kerkhof had met “gewijde grond”, voor elke parochiaan uit Egmond aan den Hoef die hier werd begraven werd een financiële bijdrage gevraagd. Dit was ook nodig omdat het kleine kerkhof uitgebreid zou moeten worden.
Sombere tijden voor de pas opgebouwde kerk en zijn parochianen. Vele parochianen voelden zich min of meer in de steek gelaten. Ondanks dit verval worden er twee assistenten benoemd en wel de paters P. Eykeler en Hub Sijstermans. Door de komst van de Montfortanen was er een kiem gelegd, die sterker was dan men dacht, het vermogen om te herrijzen zou weldra blijken. De Montfortanen kregen steeds meer voet aan de grond, zodat de naast de kerk gelegen pastorie/klooster weldra moest uitbreiden. De kleine parochie van Egmond aan Zee pakte de draad weer op en ging, weliswaar in afgeslankte vorm, hoopvol de toekomst in.
Toen in 1940 de oorlog uitbrak beleefde de parochie, net als heel Nederland een tijd van zware ellende. Opvallend is dat er over de invasie in de analen niets te lezen staat. De verslagen gaan tot 1939 o.a. over een vergadering van het kerkbestuur met de pas benoemde deken J. Th. Jacobs. Hij voorzag door de oorlog grote problemen voor de kleine parochie in Egmond aan Zee. Op 20 augustus 1940 was er weer een gewone vergadering. Door de evacuatie van bestuursleden werd het steeds moeilijker om bij elkaar te komen. In december 1942 schreef de toenmalige pastoor Sijstermans: “ Moge de patrones van ons kerkje allen beschermen en spoedig terugvoeren.” Na pastoor Sijstermans kwam zijn opvolger pastoor G. Toebosch beide leden een karig bestaan omdat het kerkbestuur in de oorlogsjaren de toelage niet kon betalen.
Een mooi verhaal uit de barre oorlogstijd mag niet onvermeld blijven. Citaat uit geschiedschrijving Gerard Belleman bij gelegenheid 100 jarig bestaan: “Zelfs de kerkklokken waren voor de bezetter niet veilig. Er was gebrek aan metaal voor de fabricage van munitie. Het bisdom probeerde invordering af te houden door inzameling van historische gegevens over klokken. Daar waren de nazi’s totaal ongevoelig voor. Maar toen ze onze kerkklok wilden ophalen, was hij spoorloos verdwenen. Het verzet zat ook niet stil en bracht een schip vol klokken, dat onderweg was naar Duitsland, op het IJsselmeer tot zinken. Ze zijn na de oorlog allemaal geborgen. Het is niet te achterhalen, maar onze klok lag vermoedelijk ergens onder het hooi. Hoe dan ook, hij laat nog steeds van zich horen vanuit de nu gerestaureerde toren.”
Eind februari 1943 was de kerk ontruimd. Maar de vaste lasten gingen door. Het bisdom verzocht het kerkbestuur de kosten van onderhoud, leningen, verzekeringen, huur, niet ontvangen inkomsten door afwezigheid parochianen en herstel oorlogsschade op papier te zetten, zodat men die kon declareren bij het bureau “Afvoer Burgerbevolking.” Maar er was geen effectief bestuur meer. Talloos zijn de brieven, alle van de hand van pastoor Toebosch. Hij was pastoor zonder parochianen en zonder bestuur. Tijdens het pastoraat van pastoor Toebosch brak de oorlog uit. De Egmonders moesten evacueren en de kerk werd ontruimd. Pater de Waard, die als quasi kapelaan de weinig overgeblevenen in Egmond aan Zee bezocht kreeg een Ausweisz om de parochie te betreden en nam zo de zielzorg van pastoor Toebosch waar.
Na de oorlog moest er veel worden opgebouwd en hersteld. Niet alleen de huizen, maar ook het interieur van de kerk had te lijden gehad door de leegstand. Het gesjouw en heen en weer gesleep van het kerkmeubilair had zijn sporen nagelaten. De opslag was veilig geweest, maar het vocht in de verschillende ruimten had geen goede invloed op de opgeslagen spullen. De schade werd niet vergoed omdat dit niet ontstaan was door oorlogshandelingen. Later is er toch nog een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. Het kerkbestuur van toen had ook te maken met het onderhoud van de school en de onderwijzerswoning, gelegen naast de kerk. Er staat in de notulen ergens te lezen dat pastoor Toebosch teleurgesteld was over de slechte medewerking van het dekenaat en haar bouwkundige inspecteur. Ook de gemeente werkte niet mee. Zoals later bleek had dat ook te maken met ondeskundigheid, zowel bij gemeente als bij het kerkbestuur. Men was niet op de hoogte van de verschillende regelingen en mogelijkheden van wederopbouw. Tijdens de evacuatie waren er ook vele spullen spoorloos verdwenen.
Ook probeerde het kerkbestuur met voorzitter pastoor Toebosch – en vanaf 8 september 1946 met de nieuwe voorzitter pastoor J. Bokeloh – de gewone bestuurstaken weer op zich te nemen. Dat werd in de naoorlogse jaren nog verstoord door het bericht dat de paters Montfortanen Egmond vaarwel zouden zeggen. Maar na een schrijven van de provinciaal werd dit bericht ontkend. Er stond in: “we hebben Egmond voor de tweede keer gekregen”.
Eerder in dit overzicht staat het verhaal over de klok. Verder dan over de hooiberg gaat het niet. Omdat er in 1947 een nieuwe klok werd ingewijd, zou je kunnen denken dat de klok toch in handen van de Duitsers was gevallen. Onder de sierranden van deze klok staat het opschrift: “Deum colo -Maria voco – Fideles moneo”, vertaald: Ik eer God – Ik roep Maria aan – Ik vermaan de gelovigen. Op de 21ste augustus werd de klok plechtig ingewijd door Mgr. J. Gunnarson, apostolisch vicaris van IJsland. Daarna werd de klok voor het eerst door de bisschop geluid, waarna alle gelovigen aan het touw mochten trekken.
Met de installatie van de nieuwe luidklok waren de gevolgen van de tweede wereldoorlog vrijwel achter de rug. Echter er moest nog wel iets op financieel gebied geregeld worden met de gemeente over het herstel van de schade aan de school, die administratief onder het kerkbestuur viel. Bijkomende zorg was de noodzakelijke restauratie van de patronaatszaal, schuin tegenover de kerk. Deze was gebouwd als noodkerk toen de huidige kerk in aanbouw was. Dit gebouw was beschikbaar gesteld door de familie Ruigewaard. Bouwpastoor Pichot woonde toen in een hoekje van deze patronaatszaal omdat men toen nog niet over een pastorie beschikte. Na de oorlog, toen het toerisme begon te groeien, werd deze noodkerk in het zomerseizoen ook gebruikt voor H. missen. In één weekend waren er soms 5 missen. Later werd het gebouw o.a. gebruikt voor toneelvoorstellingen, filmvertoning en voor de R.K. jeugdbeweging.
In 1948 werd oud pastoor Hupperts opnieuw tot pastoor benoemd. Als parochiecadeau werd hem als Montfortaan een Montfortkapel aangeboden met een klein altaartje.
December 1954 werd het 50 jarig jubileum van de parochie gevierd. Pater A. Schneider preekte een driedaagse voorbereiding. Triduüm geheten. In 1955 werd pastoor Hupperts opgevolgd door pastoor A. van Heusden. In 1958 verdwenen de achterin staande “armenbankjes”, als kwalijk overblijfsel van een kerkbeleving met inkomensverschil. Op die banken, zonder rugleuning, hoefde geen plaatsengeld te worden betaald. Vanaf 1959 werden er in het hoogseizoen 6 H. missen opgedragen. Na een lange zomerse stranddag kon men ’s avonds om 19:30 uur nog naar de kerk. Dit kon natuurlijk ook doordat er in de pastorie meerdere Montfortaanse priesters woonden.
Onder pastoor Woudenberg, die vanaf 1961 pastoor van de parochie was, besloot het kerkbestuur tot vernieuwing van het eucharistisch centrum. Vele van de toenmalige, nu nog in leven zijnde parochianen vroegen zich af, waarom het prachtige altaar met de hout gesneden engelen moest verdwijnen. Jammer dat het gevoel voor instandhouding van oude waarden in die tijd totaal ontbrak. Van de “beeldenstorm” is alleen het tabernakel overgebleven. De broeders Genet en Borromeus, die de huishouding verzorgden vertrokken in 1963. Eén naar Oirschot en de ander naar Bonn.
In 1963 werd de oude school naast de kerk gesloopt en werd een nieuwe school gebouwd. Tijdens de bouw werd er op andere locaties les gegeven. O.a. in Troelstraoord. Door de strenge winter van toen liep de bouw vertraging op en moest er na de winter, omdat Troelstraoord weer door toeristen werd bezocht, uitgeweken worden naar andere locaties. Zo kamen er ook klassen terecht in Egmond aan den Hoef, in de oude school aan de Slotweg. Van beide scholen is nu geen spoor meer te bekennen. Het kerkbestuur was vroeger ook schoolbestuur. Later toen er een eigen schoolbestuur kwam, was er altijd nog een afvaardiging vanuit het kerkbestuur bij de schoolvergaderingen aanwezig.
In de jaren 60 is er ook jarenlang gesproken over de bouw van een toeristenkerk, annex parochiehuis in de tuin van de pastorie. Na diverse ontwikkelingen werd het plan na 10 jaar van piekeren, dubben en twijfelen in 1970 definitief van tafel geveegd. Het kerkbestuur haalde opgelucht adem. Er was een grote zorg weg gevallen. Nu kon men meer aandacht schenken aan het inmiddels 60 jaar oude kerkje. Met veel geestdrift werd de restauratie in gang gezet.
De woning van de hoofdmeester, gelegen tussen kerk en school, werd niet meer bewoond door een leerkracht en kwam toen aan de zorg van het kerkbestuur. De R.K. jeugdbeweging, die veel activiteiten organiseerde in de oude noodkerk, zoals eerder vermeld, probeerde dit voort te zetten in het “nieuwe” parochiehuis. Dit werd echter steeds moeilijker doordat er gewoonweg steeds minder jongeren kwamen. Tot op de dag van vandaag wordt het parochiehuis gebruikt als ruimte voor koorrepetities en als vergaderruimte.
Pastoor Woudenberg werd in 1967 opgevolgd door pastoor A. van Zwieten. Een paar jaar later in 1970 kwam er een kapelaan bij en wel de latere pastoor Stolk. De ambtswisseling die werd voorgesteld door de provinciaal van de Montfortanen, Stolk als pastoor en van Zwieten als kapelaan deed in eerste instantie nogal wat stof doen opwaaien. Even leek het er op dat pastoor van Zwieten zou worden overgeplaatst, maar omdat hij graag hier wilde blijven werd er een modus gevonden, (rector van de Karmel) en werd de parochie door beide heren gestuurd. Dankzij pater van Zwieten kon er in 1970 voor 400,= gulden een kerkorgel worden aangeschaft. In 1974 werd dit orgel uitgebreid met twee registers.
In die tijd stapelde het werk zich voor pastoor Stolk op en toen werd er al voor de eerste keer voorzichtig over een fusie gesproken. En wel een samenwerkingsverband met Bergen en Schoorl. Deze extra vergaderingen kostten alleen maar meer tijd en uiteindelijk haakte Egmond af in het fusieproces. Het was in 1970 dat er voor het eerst vrouwelijke kerkbestuursleden werden geïnstalleerd. In 1973 waren de Montfortanen 50 jaar in de parochie en dit werd feestelijk gevierd.
In 1975 bouwde Jaap Eeltink een kerststal. Eerst een van juttershout en later de stal die tot aan nu wordt opgebouwd. In 1978 werd de oude beelden groep vervangen voor een nieuwe. Kunstenaar de heer van der Linden uit Amsterdam maakte een kerstgroep uit perenhout. In 1979 werd de Montfortkapel verrijkt met twee prachtige glas in lood ramen gemaakt door Frans Balendonk. In 1979 werd ook het 75 jarig bestaan van de parochie gevierd en ook het 40 jarig priesterfeest van pastoor van Zwieten. Dit groeide uit tot een groot parochiefeest. Herhaaldelijk lezen en horen we waarderende woorden over het gemengd zangkoor o.l.v. dirigent Siem Hopman.
In de jaren 80 kondigde de congregatie van de Montfortanen aan om Egmond aan Zee te gaan verlaten. Dit had grote gevolgen voor de gebouwen aan de Wilhelminastraat. Na het vertrek van de laatste paters van de Montfortanen A. van Zwieten en A de Waard was pastoor Stolk nog de enige bewoner. Omdat alle kosten van onderhoud tot dat moment door de Montfortanen werden gedragen viel dit te doen. Maar na het vertrek van de Montfortanen waren de kosten van onderhoud niet meer te betalen en werd er besloten tot sloop van de oude pastorie en tot nieuwbouw van een woning voor pastoor Stolk. In 1987 vond de laatste kerkvergadering plaats in de oude pastorie.
Halverwege de jaren 90, vlak voordat pastoor Stolk zou vertrekken, hadden de eerste besprekingen plaats om tot gemeenschappelijke samenwerking te komen met de andere Egmondse parochies. Pastor Knol, die later pastor werd over de drie parochies, zette door en kwam tot één bestuur voor de drie Egmonden.
Na het verschijnen van de nota “Nieuwe tijden, nieuwe wegen” van het bisdom werd er verdere samenwerking gezocht met de regio parochies Heiloo, Akersloot en Limmen. Dit resulteerde in 2015 tot een fusie met deze parochies. Alleen Limmen sloot zich niet aan bij de fusie, maar valt wel onder hetzelfde bestuur.
Eind 2017 kreeg Egmond aan Zee de dreun te incasseren, dat het naast de kerk in Egmond-Binnen, per 1 september 2019 zijn deuren zou moeten sluiten. Na bijna 115 jaar is er een einde gekomen aan een hechte parochiegemeenschap. Een gemeenschap, die ondanks vaak moeilijke tijden overeind bleef. Een gemeenschap die door de vele vrijwilligers tot een sterke eenheid groeide. Een parochie waar men zich tot het laatste moment heeft thuis gevoeld.
De sluiting betekent voor velen pijn en verdriet. De emoties die horen bij een geschiedenis van 115 jaar lief en leed delen met elkaar in het kerkje aan de zee.
Kees Kager