Nieuwsbrief week 19

De Emmaüsgangers

Het is alweer zondag. Wij leven nog steeds in crisistijd en dat zal nog wel even duren. Vanochtend dus weer de eucharistie gevierd in de Moeder Godskapel met slechts enkele aanwezigen. Mijn gedachten gingen uit naar de vele jaren dat ik met een grote groep kinderen en ouders in deze tijd bezig was met de voorbereiding op de 1e communie. Een van de ouderavonden ging altijd heel expliciet over het sacrament van de Eucharistie.
Als leidraad daarbij hadden we het evangelie van vandaag: het bekende verhaal van de Emmaüsgangers (Luc.24, 13-35). Dit evangelie diende als leidraad omdat wat er in het verhaal gebeurt precies datgene is wat we in elke Eucharistieviering kunnen meemaken. Ik zal proberen dat nader uit te leggen.
We maken een verschijning van de verrezen Heer mee aan twee mensen die er verder eigenlijk niet zo veel toe doen. Het zijn Kleopas en zijn metgezel (vrouw of man: we weten het niet eens), twee onbekende, toevallige pelgrims. Mensen voor wie de hoop op de redding van Israël in rook is opgegaan op die beruchte Goede Vrijdag en die daarom nu de stad de rug toekeren en onderweg zijn naar Emmaüs, de weg van de grote ontgoocheling. Kleopas brengt nauwgezet onder woorden hoe groot de desillusie van Goede Vrijdag was. Hoe ze die als vrienden van Jezus beleefd hebben. En ook wat er daarna als gerucht rondging: een leeg graf en een verschijning van engelen. Maar ja, dat was vrouwenpraat, leuk voor bij de bakker in de winkel. Het had hén heus niet op andere gedachten gebracht!
Wie dat wél bereikte was de vreemdeling die naast hen kwam lopen. Een vreemdeling nota bene, en die ook nog eens naast hen gaat lopen: in deze tijd van anderhalve-meter-afstand-samenleving onvoorstelbaar. En juist die vreemdeling begon als een geduldig leraar aan Kleopas en zijn metgezel uit te leggen wat er in Jeruzalem op Goede Vrijdag was gebeurd. Niet zoals het vandaag de dag op televisie bij CNN zou komen als zogenaamd breaking news. Maar vanuit een andere gezichtshoek. De vreemdeling vraagt hen namelijk om naar Goede Vrijdag te kijken vanuit het hart. Een hart dat op zíjn beurt gevoed is door de heilige Schrift.
Als je namelijk op die manier naar de gebeurtenissen in Jeruzalem kijkt, kun je in het lijden en sterven van de man uit Nazareth ook nog Gods bedoeling ontdekken! Het lot dat Jezus trof betekent niet dat God voor even de regie kwijt was en dat op Paasmorgen herstelde door zijn Zoon uit het graf te doen opstaan. Nee, dwars door het lijden en de dood van Jezus heen voert God zijn Messias precies volgens plan naar de heerlijkheid van de Paasmorgen! Als je kijkt vanuit je hart, dat eerst gevoed is door de Heilige Schrift, zíé je dat ook. De vreemdeling dóét dat: Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had(Luc.24,27).
Jezus (want dat blijkt straks die vreemdeling te zijn) als een rabbi die even met ons meeloopt, die ons als een leraar uitlegt hoe het allemaal in elkaar steekt. Het is altijd verwondering wekkend hoe een goede leraar je tot inzicht kan brengen. Een wiskundige formule die je maar niet onder de knie kon krijgen, wordt je zo maar duidelijk! Zo legt Jezus ons de Schrift uit. Zo is hij ook het beeld van de Heer die na Pasen bij zijn kerk aanwezig is. Hij is onze metgezel, onze tochtgenoot als de weg ons zwaar valt; hij is onze leraar. En wàt voor een leraar! Waar òns verstand ophield, waar er voor de ogen van heel Jeruzalem iemand jammerlijk mislukt was, daar begint Jezus uit te leggen hoe je als christen anders tegen de dingen aan kunt kijken.
Onze menselijke vragen: Als er toch al een God zou bestaan, waarom laat hij dit dan toe? Waarom de hele wereld in de greep van de coronacrisis, met alle gevolgen van dien op het gebied van de gezondheidszorg, menselijk samenleven en onze economie? Waarom wij zo beperkt, juist in deze dagen van 75 jaar bevrijding, in onze gebruikelijke bewegingsvrijheid? Waarom …., ja nog veel meer waaroms.
Dat soort vragen leiden er vaak toe dat mensen het geloof en de kerk de rug toekeren. En voor ons, die gebleven zijn, is er het lijden aan de kerk. Soms ervaren we aan den lijve het schijnbaar onomkeerbare bankroet van kerk en geloof.
Maar dan mogen we, in gewone normale tijden, samenkomen met velen oud en jong (zoals de 1e communicanten), samen vieren op de dag van de verrijzenis, de zondag. De Schrift wordt ons uitgelegd. God bestaat wel degelijk! En hij is ook nú de regie van het wereldtoneel niet kwijt!
In dat besef zijn wij vanochtend ook, met dat kleine groepje mensen, aan tafel gegaan, waar die vreemdeling en gast nu zélf onze gastheer is geworden: Jezus. Hij, de vreemdeling, toch anders blijkbaar dan de Jezus van vóór Pasen, Hij wordt als gast uitgenodigd: Blijf bij ons, Heer, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde(v.29). Binnen verandert zijn rol van gast in die van gastheer, een vreemd maar toch zo vertrouwd gezicht. Aan tafel herkennen ze hem aan de manier waarop Jezus met hen het brood breekt. Hij nam brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe(v.30).Herkenning, blijdschap, een onmogelijk geacht wéérzien. Vasthouden kunnen ze Jezus niet. Zij tóén niet en wij nú net zomin. Maar hij ís er wel, in zijn uitleg van de Schrift en ook als gastheer aan tafel. Zo is het verhaal van de Emmaüsgangers ook mijn én ons verhaal, het verhaal van deze eenvoudige Eucharistieviering in Heiloo, anno 2020.
Temidden van een rauwe, voor sommigen van ons en voor velen op deze wereld, soms donkere realiteit, mogen we op adem komen. Wat mooi dat de Paastijd maar liefst vijftig dagen na Pasen doorgaat. Laten we ervan genieten!

pastor Herman Helsloot

 

Nieuws uit de Kerkstraat

“Wilt u Marieke ook nog even spreken? Ze komt net naar beneden. Een ogenblikje dan geef ik de telefoon over.” Astrid maakt de telefoon grondig schoon met een desinfecterend doekje uit het pakje dat ze nu standaard op haar bureau heeft liggen en legt de telefoon op een tafeltje in de Kerkstraat. Als ze weer in het kantoor is pak ik hem op, benieuwd wie er aan de lijn is. Het is een bewoonster van Overkerck, die wij voorheen dagelijks konden begroeten wanneer ze even naar de Mariakapel ging. We zijn blij iets van haar te horen. Het gaat haar goed, zo vertelt ze. Ze is blij met de wekelijkse post vanuit het Willibrordushuis, met de WeekCommunicatie en een zondagsmissaaltje. “Ze zorgen hier enorm goed voor ons. Het is heel jammer dat we niet van de kamer af mogen, maar we maken er toch het beste van. Ik kan gelukkig handwerken en lezen. Ik schrijf gebeden over uit oude boeken, het schrijven gaat niet meer zo vlot, maar ik heb alle tijd”.
Wanneer de telefoon, met een omgekeerde ceremonie weer terug is bij Astrid, komt net Alie, lid van de werkgroep Ziekenzondag, binnenlopen. Al enige tijd is het duidelijk dat de Ziekenzondag, zoals die altijd op Hemelvaart gehouden wordt, dit jaar ook niet door zal gaan. Op die dag is er altijd speciale aandacht voor ouderen en zieken die moeilijk naar de kerk kunnen komen. Zij worden dan ’s morgens opgehaald door chauffeurs om de viering van 10 uur bij te kunnen wonen. Na afloop is er een uitgebreide lunch in de Ontmoetingsruimte, met soep, fruit en heerlijk beleg en vooral veel gezelligheid. Tenslotte brengen de chauffeurs hen weer naar huis. De leden van de werkgroep, die anders altijd ruim van tevoren op bezoek gaat bij de mensen om hen voor Ziekenzondag en eventueel ook voor het Ziekentriduum uit te nodigen, konden dit jaar niet op pad gaan. We willen het hele gebeuren echter niet alleen maar ‘aflassen’ en daarom gaan we vanmorgen overleggen of we een alternatief kunnen bedenken. In de vergaderruimte boven, aan de grote tafel, zo ver mogelijk uit elkaar, wisselen we ideeën uit en smeden een plan. Wat betreft de uitvoering kunnen we rekenen op hulp van velen. De laatste weken zijn er regelmatig parochianen die hun diensten aanbieden, om post rond te brengen of andere klussen te doen. Alles natuurlijk met inachtneming van de nodige afstand en voorzorgsmaatregelen.
Als ik weer achter de computer zit om dit Kerkstraatje te schrijven, komt er een mail binnen van de Dominicuskerk in Amsterdam. Onder de titel ‘tekenen van hoop’ verstuurt men in deze tijd elke dag een kort gedicht of meditatie. Indachtig het gesprek met de bewoonster van Overkerck, zal ik hieronder voor u het gedicht ‘overschrijven’.
Marieke Hoetjes

Als ze de zon
weer aanzetten dan plant ik er kinderen
onder, dan steek ik mijn ziel aan
met een lucifer en laat hem zingen, dan
neem ik mijn moeder en zeep haar in, dan
pak ik mijn botten en poets ze op, dan
betaal ik alle erge schulden van mijn buren, dan
schrijf ik een gedicht dat Geel heet en
leg ik mijn lippen neer om het op te drinken, dan
voer ik mezelf lepels vol hitte en
iedereen zal thuis met zijn vleugels
zitten spelen en de planeet
zal schokken van al dat glimlachen en
er zal nergens vergif zijn, geen plaag
aan de hemel en er zal een moedersoep
zijn voor alle mensen en we zullen
nooit doodgaan, niet één van ons, we gaan door,
toch?

Anne Sexton: In het diepe museum
Vertaald door Annemarie Slootweg

Gebedsintenties die voorgelezen zijn/worden in de besloten vieringen

  • Viering zondag 19 april
    Gebedsintenties:
    Peter de boer, Maria Adelaar-Schoemaker, Annie Schut-Zijp, Gré Bakker-Denneman, In dierbare herinnering: Jan Ridderikhof, Joop en Ans Pronk-de Groot en zegen over hun gezin, Johannes Hendrikus Hageman
  • Viering zondag 26 april
    Gebedsintenties:
    Annie van Westerop, Martha Groen-Groot, In liefdevolle herinnering: Jan Zoon, Voor levende en overleden familie Kuijpers, Arie en Annette Schaap en overleden familie, Johannes Hendrikus Hageman, Overleden familie Lammers
  • Viering zondag 3 mei
    Gebedsintenties:
    Joop Stroomer, Peter de Boer, Lies Lubke en overleden ouders, Fenny de Koning-Wennekes, Jan Bakker, Johannes Hendrikus Hageman

© 2018 Bron van Leven Water. Alle rechten voorbehouden. | Privacybeleid

ontwerp: designw.nl - technische realisatie: webheld.nl