Ons nieuwe parochieblad is uit, klik hier!
Heilige van de Maand
wegens de grote hoeveelheid kopij is onderstaand artikel niet geplaatst in het blad, maar u kunt het hier alsnog lezen.
Agatha
Maagd en martelares.
Lang geleden leefde er aan de voet van de Etna een meisje dat Agatha heette. Die naam droeg ze terecht, want in schoonheid kon ze wedijveren met de gelijknamige steen. Lange blonde haren omgaven haar fijne, ovale gezicht. Haar helderblauwe ogen fonkelden en straalden van pret. Mannen keken haar vol bewondering na. Aan vrijers had ze dan ook geen gebrek, maar ze wees ze allemaal af. Op jonge leeftijd had zij zich tot het christendom bekeerd.
Op zekere dag liet Quintinianus, de nieuwe stadhouder van Catania, zijn oog op haar vallen. Hij was smoorverliefd en deed haar een huwelijksaanzoek. Uiteraard wees de vrome maagd dat af. Quintinianus bleef aandringen, maar Agatha volharde, gesterkt door haar geloof in Christus.
Zodra het Quintinianus ter oren kwam dat Agatha het christelijke geloof aanhing, liet hij haar arresteren. Ze mocht kiezen: offers brengen aan de afgoden en met hem in het huwelijk treden, of opgesloten worden in een bordeel. Agatha bleef standvastig:
‘Uw afgoden zijn machteloos. Ik geloof in Jezus Christus.
Daarop werd Agatha in een bordeel geplaatst. De hoerenmadam met de toepasselijke naam Afrodisia was in haar nopjes met die aanwinst. De mannen uit Catania en de wijde omgeving liepen de deur plat. Ze hadden er een lieve duit voor over om die mooie maagd als eerste te bezitten. Maar Jezus beschermde zijn vriendin. Na dertig dagen werd Agatha ongeschonden uit het bordeel gehaald.
Weer liet Quintinianus haar bij zich roepen, weer mocht ze kiezen en weer weigerde ze Jezus te verloochenen. Quintiniaus liet haar in een kuil met uitgehongerde wilde beesten gooien. De leeuwen, tijgers en beren vlijden zich echter aan haar voeten. Ongedeerd verliet ze de kuil.
Quintinianus zon nu op wredere middelen. De meest bloeddorstige beulen trokken haar haren en nagels uit, geselden en sloegen haar, onderwierpen haar aan de vreselijkste martelingen, maar Agatha onderging al dat geweld lijdzaam. Het lukte Quintinianus niet haar op andere gedachten te brengen. Integendeel de beulen kregen medelijden met haar en bekeerden zich tot het christendom.
Op een nacht betrad een bejaarde grijsaard haar cel:
Ik heb gezien dat je de vreselijke martelingen hebt ondergaan, als je wilt kan ik je weer gezond maken. “Waarom zou ik dat willen? Niet mijn lichaam maar mijn ziel is belangrijk. Dus laat me met rust. “Schaam je niet ik ben een christen.’
‘Waarvoor zou ik me moeten schamen? U bent hoogbejaard en mijn lichaam is zo mishandeld dat niemand dat nog aantrekkelijk vind.
‘Waarom mag ik je niet gezond maken?’ ‘Als dat Jezus behaagt, ga dan uw gang.’ De grijsaard lachte en sprak. ‘Jezus heeft me gezonden: ik ben de apostel Petrus.’
Daarop verliet Petrus in een helder licht de cel. Agatha voelde dat haar lichaam zich herstelde zodat zij geen enkele verwonding meer had.
Quintinianus was verbaasd over deze miraculeuze genezing, maar hij bleef vasthouden aan zijn heidense afgoden. Woedend verzon hij nieuwe kwellingen. Hij liet een bede met gloeiende kolen en glasscherven aanleggen. Agatha werd daarop gegooid, maar een aardbeving verhinderde de beulen hun werk. Agatha was inmiddels zo verzwakt dat ze haar laatste adem uitblies. In een heldere lichtkolom steeg haar ziel naar de hemel. Ten lange leste mocht ze zich koesteren in de omhelzing van de hemelse Minnaar.
Agatha werd in de late middeleeuwen populair, samen met andere legendarische maagd-martelaressen als Caecilia.
Feestdag 5 februari











