Tweede Paasdag

Op het moment dat ik dit schrijf is het de ochtend van 2e paasdag. Ik kijk terug op de meest merkwaardige Goede Week die ik ooit heb meegemaakt. Het vieren van het hoogtepunt van ons christelijk geloven is bijna in stilte voorbijgegaan. Het feest van echte verbondenheid en het nieuwe begin van de lente is dit jaar niet letterlijk gevierd. Ik houd er een dubbel gevoel aan over: een gevoel van verdriet en machteloosheid en toch ook een gevoel van hoop en vreugde. Want niet alleen heb ik tot mijn verdriet het hoogtepunt van de liturgievieringen in de Goede Week dit jaar niet meegevierd en mede vorm gegeven; niet alleen mis ik de gevulde eieren die aanvankelijk eerst mijn moeder en later mijn zus klaar maakte tijdens het traditionele familiediner op Pasen, maar ook heb ik intenser dan anders de hoop geproefd die er met het Paasfeest gevierd wordt: dat de dood uiteindelijk niet het laatste woord heeft, maar het leven.

Op Witte Donderdag en tijdens de Paaswake heb ik samen met diaken Paul Bindels de eucharistie gevierd en mijn gedachten gingen terug naar het joodse paasfeest. Juist dit jaar viel dat joodse paasfeest (Pesach) gedeeltelijk samen met ons christelijke paasfeest. De 1e dag van het joodse Pesach was onze Witte Donderdag en op de vooravond daarvan (woensdagavond) vieren de joden overal ter wereld hun jaarlijkse paasmaal; de seder-. avond. Men komt in gezinsverband bij elkaar om het feest van de ongedesemde broden te vieren: 8 dagen lang eet men matses: brood dat bereid is zonder gist of zuurdesem. Dat doet men ter herinnering aan het oorspronkelijke gebeuren van het paasfeest op de vooravond van de Uittocht uit Egypte: men moest haastig eten en had geen tijd om het brood te laten rijzen (zie Exodus 12). Pesach betekent ‘voorbijgang’: men vierde dat de Heer voorbijging aan de joodse huizen toen hij door Egypte ging om al het eerstgeborene te vernietigen. Dat was de laatste plaag waardoor de Farao uiteindelijk akkoord ging om de Israëlieten te laten vertrekken en zij uit Egypte, dat land van de dood, weg konden trekken.
Pasen is zo geworden het feest van onze bevrijding uit de slavernij van het machtige Egypte. Het is dus het feest van onze vrijheid: onze vrijheid, die wij van God gekregen hebben. De joodse traditie zegt immers dat elke generatie zich moet zien als een generatie die de Uittocht uit Egypte zélf heeft meegemaakt. Dat is het wezen van de Seder, het joodse paasmaal: het herbeleven van de slavernij én de vrijheid, door middel van rituelen, voedsel, gebed en leergesprekken, waardoor elke volgende generatie het Pesach-feest als haar éigen feest kan beschouwen. Het Bijbelverhaal van de uittocht uit Egypte wordt naverteld als het jongste kind tijdens die sederavond de traditionele vraag heeft gesteld: “waarom is deze avond zo anders als alle andere avonden?”
Ja, waarom beleef ik dit paasfeest als anders dan alle andere paasfeesten? Wellicht omdat de slavernij nooit zo concreet is geweest als in onze dagen: wij gaan gebukt onder het coronavirus en alle maatregelen die daartegen genomen worden. Wellicht ook en vooral omdat wij de hoop en de vreugde beleven van de bevrijding door God uit de slavernij van ons dagen. Want juist in deze dagen van wereldwijde crisis zien wij overal tekenen van solidariteit en daadwerkelijk meeleven, al is het soms in kleine gebaren. Wij zijn bang voor besmetting, maar wij zijn niet bang voor de ‘besmetting van de hoop’ die uit al die gebaren spreekt. En daarom is het voor mij nu écht Pasen: de hoop die zich vertaalt in concrete daden van liefde, de hoop en het geloof dat leven ondanks alles sterker is dan de dood.
Die hoop wens ik u toe en wens u in die zin nogmaals: een Zalig Pasen.

Pastor Herman Helsloot

© 2018 Bron van Leven Water. Alle rechten voorbehouden. | Privacybeleid

ontwerp: designw.nl - technische realisatie: webheld.nl